Oranje heeft wonder nodig na magere zege op Wit-Rusland

Het Nederlands elftal heeft dinsdag een wonder nodig om nog kans te houden op kwalificatie voor het WK van 2018.



Oranje moet in Amsterdam met minimaal zeven goals verschil winnen van Zweden om tweede te worden in groep A en kans te maken op deelname aan de play-offs. Zo luidt de conclusie na de 3-1 zege van Nederland in Wit-Rusland, die verbleekte bij de Zweedse 8-0 tegen Luxemburg in Solna.
In Borisov kwam Oranje moeizaam op gang en pas halverwege de eerste helft waren de eerste kansen een feit. Nadat Daley Blind naast had geschoten en Vincent Janssen de lat had geraakt, opende Davy Pröpper de score op aangeven van Arjen Robben, die de bal na een pass van Ryan Babel op hem had teruggelegd.

In het vervolg van de eerste helft zorgde Wit-Rusland soms voor dreiging, maar was Nederland gevaarlijker. Janssen miste kansen en zag een goal afgekeurd worden wegens buitenspel. Tonny Vilhena stelde Sergej Tsjernik op de proef met een schot en Daryl Janmaat bracht de onzekere doelman in verwarring met een dwarrelende voorzet.

Domper na rust

Oranje begon na de rust nog voortvarend (Janssen en Pröpper kregen kansen), maar al snel volgde de domper. Doelman Jasper Cillessen kon onheil voorkomen bij een schot van Sergei Balanovitsj, maar boog even later voor een diagonaal schot van Maksim Volodko.

efinitieve uitschakeling voor het WK lag in het verschiet en het spel van Nederland werd er ook niet beter op. Maar in de 84ste minuut gloorde er toch weer virtuele hoop toen invaller Bas Dost tegen de grond ging en de scheidsrechter naar de stip wees.
Aanvoerder Robben schoot de strafschop hoogstpersoonlijk binnen.

In de slotfase kregen de Wit-Russen nog een handvol kansen op een fatale gelijkmaker, maar die ellende bleef Oranje bespaard.

In blessuretijd werd het dan ook nog 3-1 door een vrije trap van Memphis Depay, maar dat was slechts een flinterdunne pleister op een hele pijnlijke wond.